Twee gokkasten met precies dezelfde RTP van 96 procent kunnen totaal anders voelen. De ene geeft om de paar draaien een kleine winst terug en houdt je saldo urenlang rond hetzelfde niveau. De andere vreet twintig, dertig draaien lang je inzet op en betaalt dan ineens vijftig keer je inzet uit. Dat verschil is variantie, in casinotaal volatiliteit.
Een rekenvoorbeeld om het gevoel te krijgen. Je speelt 100 draaien van 1 euro. Bij een spel met lage volatiliteit win je misschien 40 keer gemiddeld 2,40 euro: 96 euro terug, 4 euro verlies, weinig spanning. Bij een spel met hoge volatiliteit win je misschien 5 keer gemiddeld 19,20 euro: ook 96 euro terug, ook 4 euro verlies, maar met lange droge periodes en één grote klapper. Gemiddeld hetzelfde, in beleving iets heel anders. En in een echte sessie van 100 draaien zit je bij het volatiele spel veel vaker ver onder of ver boven die 96 euro.
Waarom het uitmaakt voor je portemonnee: bij hoge volatiliteit heb je meer speelgeld nodig om dezelfde speeltijd te halen, en is de kans groter dat je je hele budget kwijt bent voordat de grote winst valt. Als je met een klein budget een hoog-volatiel spel kiest, speel je eigenlijk een loterij met slechte kansen.
Spelaanbieders geven de volatiliteit meestal aan met een schaal van laag tot hoog in de spelinformatie. Een wettelijke plicht om dat te doen is er niet; de wet vraagt alleen informatie over de winkansen, de kansbepaling en waar mogelijk het uitbetalingspercentage.
Onze mening: volatiliteit is belangrijker voor je speelplezier en je budget dan RTP. Wil je lang spelen voor weinig geld, kies laag. Wil je één keer per avond een kans op een grote winst, kies hoog, maar met een klein deel van je budget.